A
A0
Papier van het formaat 840 x 1188 mm.
A1
Papier van het formaat 594 x 840 mm.
A2
Papier van het formaat 420 x 594 mm.
A3
Papier van het formaat 297 x 420 mm.
A4
Papier van het formaat 210 x 297 mm.
A5
Papier van het formaat 148,5 x 210 mm.
A6
Papier van het formaat 105 x 148,5 mm.
Afbreken
De zetter laadt de computer automatisch woorden afbreken wanneer deze niet meer op de regel passen.
Aflopend drukken
Het bedrukte loopt door tot de rand van het papier. Hiervoor moet de opmaak minimaal 3 mm groter zijn aan de aflopende zijdes.
Afwerken
Alle handelingen die nadat een vel gedrukt is nog nodig zijn om tot het eindproduct te komen.
Ai
Bestandsformaat voor een Adobe Illustrator bestand.
Akte-envelop
Envelop met de sluiting (klep) aan de korte zijde.
Alfanumeriek
Alle 26 letters uit het alfabet en de getallen 0 t/m 9.
Aliasing
Zaagtandeffect bij letters of beelden (ontstaat oa. bij vergroting van afbeeldingen).
Ansichtkaart
Een in de volksmond gebruikte term voor een papierformaat van 150 x 100 mm.
Auteurscorrectie
Een correctie door de opdrachtgever na een gemaakte drukproef waarbij de correctie niet het gevolg is door een fout van de zetter.

B
Bankpost
Papiersoort welke meestal wordt gebruikt voor briefpapier en goed beschrijfbaar is.
Bestandsformaat
De manier waarop een bestand is opgeslagen op de computer. Het bestandsformaat wordt aangegeven met de extensie.
Binnenwerk
Het deel van een boekwerk wat niet tot de omslag word gerekend.
Bitmapping
Het ontstaan van vierkante blokjes / kartels in een afbeelding doordat de resolutie van de afbeelding te laag is.
Black
Zwarte drukkleur.
Bladzijde
Een bladzijde/pagina is een zijde van een vel papier in een boek, krant of tijdschrift.
Bold
Dik/vet gedrukt.
Boren
Het aanbrengen van 1, 2 of 4 ronde gaten in het papier.
Breedlopend
De vezels in het papier liggen evenwijdig aan de korte zijde van het papier.
Briefkaart
Een in de volksmond gebruikte term voor een papierformaat van 150 x 100 mm.
Brocheren
Het vervaardigen van boeken en tijdschriften.
Brocheren linnen band
Boek waarvan de rug is bekleed met een linnen strook, maar het voor- en achterplat zijn beplakt met bedrukt papier.
Brocheren ringband
Boek waarbij er gebruikt is gemaakt van een 21-rings plastic ringband. Meestal in combinatie met transparant voor- en achtervel.

C
Centreren
De tekst steeds in het midden van de zetbreedte plaatsen.
CMYK
De afkorting voor Cyaan, Magenta, Yellow en Key. Wordt standaard toegepast in vierkleurendruk. Key staat hierbij voor zwart.
Contourletter
Een vorm van een letter waarbij alleen de omtrek zichtbaar is.
Corps (Korps)
Lettergroote, meestal aangegeven in punten (pt).
Couverteren
Het machinaal vouwen en insteken van items in een envelop.
Cursief
Schuin gedrukte tekst.
Cyaan
Blauw-achtige drukkleur uit CMYK.

D
Diapositief
(negatief) Zwart wordt wit en andersom.
Dienstenvelop
Envelop zonder venster met de sluiting (klep) aan de lange zijde.
DPI (dots per inch)
Dots per Inch, afbeeldingen dienen minimaal 300DPI te zijn. Lijnen en teksten 600DPI.
Drukken
Het via een machine aanbrengen van inkt op een voorwerp, veelal papier.
Drukproef
Een redelijk nauwkeurige weergave van de pagina's zoals deze er uiteindelijk gedrukt uit komen te zien.
DTP (Desk Top Publishing)
Het van te voren met de computer opmaken van drukwerk.
Duotoon
Manier van drukken waarbij er maar 2 kleuren worden gebruikt.

E
Elektronische prepress
Het van te voren met de computer opmaken van drukwerk.
Eps
Uitwisselbaar vectoren bestand.
Extensie
Digitale beschrijving van een bestand waaraan gezien kan worden welk bestandsformaat wordt gehanteerd.

F
Familiedrukwerk
Geboortekaarten, trouwkaarten, overlijdenskaarten, etc.
Fiat
Als je ergens een fiat op geeft, geef je een akkoord voor drukken.
Flyer
Een flyer is een gedrukt plano product, derhalve geleverd zonder nabewerkingen zoals vouwen of brocheren (leaflet).
Font
Lettertype.
Full-colour
Drukproces opgebouwd uit de vier basis kleuren CMYK, met deze kleuren kunnen bijna alle kleuren nagebootst worden.

G
Gehecht gebrocheerd
In elkaar gestoken vellen voorzien van twee nietjes.
Gesatineerd Papier
Papier dat extra glad is gemaakt door het tussen rollen glad te wrijven.
Gestreken papier/karton
Papier/karton dat is voorzien van één of meer strijklagen van krijt en/of porseleinaarde. Daardoor is het mogelijk er met fijne rasters op te drukken. De strijklaag kan mat, 'silk'-achtig, glanzend en zelfs hoogglanzend zijn.
Gif
Bestandsformaat voor het opslaan van een gecomprimeerde afbeelding waarin transparante pixels gebruikt kunnen worden, wordt gebruikt voor het web. Is geen drukformaat.
Golvend papier
Golvend papier verzoorzaakt plooien of een wazige afdruk. Het probleem is in de regel erger als het papier is blootgesteld aan sterke schommelingen in temperatuur en luchtvochtigheid.
Gommen
Het aanbrengen van een laagje Arabische gom of ander plakmiddel, zodat dit later bij bevochtiging zal plakken (denk aan enveloppen).
Gramgewicht
Massa van papier, aangegeven in grammen per vierkante meter, aangeduid als g/m2. Deze aanduiding zegt in principe niets over de dikte van het papier.
Grijperwit
De extra ruimte van een drukvel waaraan de grijper van de pers het papier kan vastpakken. Deze ruimte kan niet bedrukt worden.
Grijsbord
Grijskarton welke onder andere wordt gebruikt als onderbord voor (schrijf)bloks.

H
Haarlijn
De dunste lijn die gedrukt kan worden.
Harmonica vouwen
Wijze van parallel vouwen, om en om in tegengestelde richting gevouwen (z-vouw).
Hartpagina's
Het midden van een gevouwen katern in een brochure, boek of tijdschrift. Bij tijdschriften of brochures zijn de nietjes op de hartpagina zichtbaar.
Houthoudend papier
Papier dat voor een deel, meer dan 10%, uit houtslijp bestaat. Houtslijp is pulp van vezels die nog lignine, kitstoffen (incrusten) en hars bevatten. Dit papier vergeelt vrij snel. De duurzaamheid is minder dan bij houtvrij papier.
Houtvrij papier
Papier dat gemaakt wordt van boomvezels die met behulp van chemicaliën ontsloten en ontdaan zijn van de stoffen die voor een snelle veroudering zorgen.
Html
Hyper Text Markup Language is programmeertaal voor het bouwen van websites, waardoor tekst, illustraties en links voor de bezoeker van een website zichtbaar en leesbaar zijn.
Huisstijl
De manier waarop het logo en de teksten op de formulieren, maar ook op de folders, de brochures, auto,s, gebouwen, enz. worden afgebeeld via een zo strak mogelijk stramien, zodat al deze verschillende bedrijfsonderdelen een eenheid vormen.

I
Impositite
De montage van de pagina's volgens een inslagschema.
Indd
Een opgeslagen Adobe Indesign bestand.
Inhangen
Het bevestigen van een stapel papier in bijvoorbeeld een multo-map.
Inschiet
De hoeveelheid papier of karton dat nodig is voor het instellen van een drukpers en de afwerking.
Inslagschema
Geeft aan hoe de pagina's op het drukvel moeten worden gedrukt, zodat ze na het vouwen en brocheren op de juiste volgorde staan.
Inspringen
Wordt soms voor gekozen bij het starten van een nieuwe alinea.
Interlinie
De afstand tussen 2 regels.
Italic
Schuin gedrukte tekst.

J
Jpeg
Bestandsformaat voor het opslaan van een afbeelding waarop compressie is toegepast. Details verdwijnen.

K
Kabinetenvelop
Envelop voor het verzenden van een in drieën gevouwen vel A4 (210x297 mm > 99x210 mm). De envelop heeft doorgaans het formaat 110 x 220 mm en heeft de klep aan de lange zijde.
Kapitalen
Tekst in hoofdletters.
Karton
Papiermateriaal met een gramgewicht hoger dan 170 g/m2.
KIX-code
De KIX-code is een eenvoudige streepjescode gebruikt door de TNT Post welke gebruikt kan worden bij mailings.
Klein kapitalen
Hoofdletters welke net zo groot zijn als de normale onderkast letters.
Kleurafwijking
Het verschil tussen de gereproduceerde kleur en het origineel.
Kleurenwaaier (PMS-waaier)
Stalenwaaier met daarin alle Pantone Matching System. Kleuren zijn hierin afgedrukt op een gestreken en ongestreken papiersoort.
Koker
Buisvormige verpakking voor het verpakken en/of versturen van drukwerk dat niet gevouwen mag worden.
Kopij
De te zetten teksten aanleveren, getypt en voorzien van aanwijzingen met betrekking tot kapitaal zetten, vet-zetten, cursief, etc.
Korps
Lettergroote, meestal aangegeven in punten (pt).
Krimping van papier
Papier zal krimpen als het papier vocht moet afstaan aan zijn omgeving. Gebeurd meestal door verhitting.
Kruisslag vouwen
De tweede V-vouw gaat dwars op de eerste V-vouw.

L
Lamineren
Het aanbrengen van een transparante folie door middel van warmte.
Landscape
Liggend formaat.
Langlopend
De vezels in het papier lopen evenwijdig aan de lange zijde van het papier.
Laten lijnen
Er voor zorgen dat tekst en beeld op één lijn staan of een haakse hoek maken met elkaar.
Lay-out
Schets/ontwerp over hoe een pagina eruit moet zien (stramien).
Leaflet
Een leaflet is een gedrukt plano product, derhalve geleverd zonder nabewerkingen zoals vouwen of brocheren (flyer).
Lettercontouren
U kunt in sommige software teksten omzetten naar lettercontouren. Voordeel van het gebruik van lettercontouren is dat deze letters vrij schaalbaar worden en op andere computers niet het gekozen font meer aanwezig hoeft te zijn.
Linkslijnend
De tekstkolommen waarvan de linkse zijde van de kolom gelijk is.
Looprichting
De wijze waarop de vezels van het papier zitten (langlopend, breedlopend).
Luikvouw
Folder waarbij 2 flappen naar elkaar toe worden gevouwen en elkaar in het midden net niet raken. Een C-vouw.

M
Macromontage
De montage van de pagina's volgens een inslagschema.
Magenta
Rood-achtige drukkleur uit CMYK.
Mailing
Een rondschrijven welke meestal in grote aantallen geadresseerde (reclame)brieven per post verstuurd wordt.
Marges
Wit ruimte(n) buiten de zetspiegel van een pagina.
MC-papier
(Machine Coated) Papier voorzien van een strijklaag, gesatineerd, halfmat of 'silk' en mat.
Mengkleur
Kleur met een PMS-nummer die speciaal gemengd wordt volgens de mengverhouding van het Pantone Matching System.
Micromontage
De montage van al de onderdelen op één pagina alvorens deze naar de macromontage gaat.
Moiré
Ongewenst optisch verschijnsel in de vorm van 'ruis' in het gerasterde drukbeeld, het ontstaat doordat de rasterhoeken niet op de juiste wijze uit elkaar liggen.
Monotoon
Manier van drukken waarbij er maar 1 kleur worden gebruikt.

N
Nabewerking
Alle handelingen die na het drukken worden uitgevoerd. Denk hierbij aan snijden, vouwen, rillen en stansen zijn, maar ook lamineren, binden, hechten etc.
Natuurkarton
Effen, wit karton uit zeer goed gebleekte celstof, houtvrij, goed gelijmd, geschikt om te beschrijven, egaal van doorzicht, laat zich goed vouwen.
NAW-gegevens
Lijst met NAW (Naam, Adres en Woonplaats) gegevens die gebruikt gaan woorden voor een mailing of periodieke verzending.
Nummeren
Het drukwerk per exemplaar voorzien van een oplopend nummer.

O
Oblong
Liggend formaat.
Offset
Vlakdrukprocédé waarbij het beeld vanaf een vlakke plaat eerst voorzien van vocht en daarna voorzien van inkt via een rubberdoek wordt overgezet op het papier.
Onderkast
De kleine letters werden vroeger in de letterkasten (loodzetsel) in het onderste gedeelte opgeborgen, vandaar de term onderkast.
Oognieten
Hechtnietjes die voorzien zijn van een extra rondgebogen oog aan de buitenkant van het product. Deze ogen worden gebruikt om het product op te kunnen bergen in bijvoorbeeld een ordner.
Opmaken
DeskTopPublishing (DTP).
Origineel
Foto, tekening of afbeelding, dat voor reproductie wordt aangeboden.
Overzetten
Overzetten is het afgeven van de inkt aan de onderzijde van het bovenliggende vel, meestal door een te 'vette' inktlaag.

P
Parallelvouw
Vouw die evenwijdig is aan een eerdere vouw (C-vouw of Z-vouw).
Paskruis
Hulpteken op een drukplaat, dat het mogelijk maakt om meerdere kleurvormen nauwkeurig (passend) over elkaar heen te monteren en te drukken.
Pdf
Een Portable Document Format; een WYSIWYG (drukklaar) bestand welke je kunt bekijken met Adobe Acrobat Reader. Om een PDF te maken heeft u een speciale PDF printer nodig (software).
Perforeren
Afwerkingtechniek waarbij kleine gaatjes in het papier worden gestanst.
Personaliseren
Het persoonlijk maken van een schrijven aan uw personeel door bijvoorbeeld iemand zijn persoonlijke naam en adres mee te drukken.
Personificeren
Het persoonlijk maken van een schrijven door bijvoorbeeld iemand zijn persoonlijke naam en adres mee te drukken.
Persvernis
Oxidatief drogende offset vernis laagglanzend.
Pixel
Een punt op het beeldscherm.
Plano
Niet gevouwen, vlak.
Platte tekst
Een niet opgemaakte tekst.
Plotten
Printtechniek om grote (kleuren)afbeeldingen te reproduceren in kleine oplages.
PMS
Pantone Matching System, een universeel kleuren systeem voor drukinkten, ofwel een mengrecept, wordt in de gehele Grafimediabranche gebruikt. Tegenhanger is bijvoorbeeld: RAL-kleuren voor de Verf/Bouw-industrie.
Png
Bestandsformaat voor het opslaan van een gecomprimeerde afbeelding waarbij pixels ook half transparant kunnen zijn.
Postscript
Een speciaal ontwikkelde taal waarin onze printers worden aangestuurd.
Prepress
Al het voorbereidende werk voordat er iets gedrukt kan gaan worden.
Printen
Het drukken van het door de afdeling DTP vervaardigde werk met toner.
Printing on demand
Printing on demand is printen (of drukken) op afroep.
Psd
Bestandsformaat voor een photoshop bestand.

R
Rar
Een bestandsformaat waarnaar je één of meerdere bestanden kunt comprimeren.
Raster
Patroon van fijne puntjes waardoor een beeld of foto gedrukt kan worden.
Rasteren
Het halftoonbeeld van een foto met behulp van een camera of scanner omzetten in puntjes zodat het gedrukt kan worden.
Rasterliniatuur
De fijnheid van een raster wordt vermeldt in dots per inch (dpi).
Rechtslijnend
De tekstkolommen waarvan de rechtse zijde van de kolom gelijk is.
Resolutie
De dichtheid van het aantal punten of pixels van een afbeelding. Voornamelijk aangegeven in DPI.
RGB
RGB is een andere manier van kleuren maken dan CMYK. Beeldschermen en televisies maken hun kleuren met behulp van Rood, Groen en Blauw.
Riem
Pak van identieke vellen papier. Inhoud is afhankelijk van het gramgewicht. Bijvoorbeeld 500 vellen A4 80 grams papier per riem.
Rillen
Een groef in papier of karton aanbrengen zodat het makkelijk en recht gevouwen kan worden.

S
Satineren
Het doorvoeren van papier door een satineerkalander met als doel het oppervlak van het papier te effenen en het realiseren van glans.
Scannen
Door middel van licht wordt een foto of afbeelding lijn voor lijn afgetast, daarna verdeeld in de vier drukkleuren (Cyaan, Magenta, Yellow en Black).
Schermfont
Bestand met bitmap-informatie van een lettertype, specifiek voor weergave van het betreffende lettertype op een beeldscherm. Een schermfont kan niet worden gedrukt.
Schoon- en weerdrukken
Drukwijze waarbij de voor- en achterzijde van één drukvel met dezelfde drukvorm wordt gedrukt.
Schoonsnijden
Het nasnijden van drukwerk (plano of product) op het gewenste formaat.
Schreef
Kleine dwarsstreepjes aan een lettertype, zoals bij het lettertype 'times new roman'.
Schreefloos
Geen kleine dwarsstreepjes aan een lettertype, zoals gebruikt bij het lettertype 'times new roman'.
Spanjool
Een stofje op de drukplaat zorgt voor een circelvormige afdruk op het papier (vlekje).
Stramien
Vastgelegde afspraken in een lay-out over de zetbreedte, zetspiegel, paginering enz. van een boek of krant (dmv. lijnen). Waardoor de vormgever meer eenheid en samenhang aanbrengt.
Subscript
Tekst welke onder de gewone regel uitsteekt.
Sulfaatkarton
Bijzonder taai, houtvrij karton, gemaakt van sulfaatcelstof uit naaldhout.
Superscript
Tekst welke boven de gewone regel uitsteekt.

T
Tiff
Bestandsformaat voor het opslaan van een afbeelding.
Toner
Toner is een kleurstof die gebruikt wordt in laserprinters en na verhitting het beeld op de afdruk vormt.
Trapping
Om twee verschillende kleuren exact (zonder storende kieren) naast elkaar te kunnen drukken, moeten aan beide kleuren extra beeld gezet worden.
TrueType
Een schaalbaar lettertype welke erg goed gebruikt kan worden voor print- en drukwerk
Tussenschieten
Het tussenleggen van blanco papier in de drukoplage om te voorkomen dat het drukwerk zal gaan overzetten.

U
Uitlijnen
Uitmeten, zorgen dat alle tekst en plaatjes op één lijn en haaks staan.
Uitslaander
Een pagina die buiten het boekformaat open gevouwen wordt.
Uitvullen
Teksten in blokvorm worden steeds per regel uitgevuld. De witruimten (spaties) tussen de woorden worden verminderd of vergroot om de juiste lengte te krijgen.
Uitwaaieren
De vellen papier van een stapel van elkaar los maken door er lucht tussen te laten komen.

V
Vectoren
Tegenovergestelde van bitmap. Tekeningen in vectoren zijn vrij schaalbaar zonder kwaliteitsverlies. Een programma om vectoren in te maken is Adobe Illustrator. Veel gebruikt voor logo's.
Veredeling
Beschermingslaag op drukwerk, zoals vernis of laminaat.
Vergaren
Het verzamelen van losse vellen, waardoor een set of losbladig boekwerk ontstaat.
Verlooptint
Een tint/beeld dat van licht naar donker verloopt.
Verzendlijst
Lijst met NAW (Naam, Adres en Woonplaats) gegevens die gebruikt wordt voor een mailing of periodieke verzending.
Vouwlijn
Dun lijntje dat wordt meegedrukt om later aan te geven op welke plaatst het vel moet worden gevouwen.

W
Witregel
Een regel in een tekst waarop geen tekens staan. Een witregel wordt vaak gebruikt als afscheiding tussen twee onderdelen in een tekst.
WYSIWYG
What You See Is What You Get en betekent dat het beeldscherm hetzelfde weergeeft op de latere afdruk (PDF).

Y
Yellow
Gele drukkleur uit CMYK.

Z
Zeefdruk
Druktechniek waarbij de inkt door een zeef op het te bedrukken materiaal wordt aangebracht, hierdoor zijn ook moeilijk bedrukbare vormen en materialen te bedrukken.
Zelfklevend papier
Papier dat aan één of beide zijden een kleeflaag draagt (etiketten).
Zelfkopiërend papier
Papier dat is voorzien van een 'gevende' laag die onder druk (ballpoint/typemachine/matrix-printer) reageert op de 'ontvangende' laag van een onderliggend vel.
Zetfout
Een fout die is gemaakt door de zetter.
Zetspiegel
De ruimte waarin de tekst wordt gezet.
Zetten
Het intikken van de aangeleverde teksten en deze voorzien van commando's zodat deze in het juiste lettertype , korps en op de juiste stand kan worden gedrukt.
Zip
Een bestandsformaat waarnaar je één of meer bestanden kunt comprimeren.
Zwart/wit
Drukwerk dat alleen met zwarte inkt of toner wordt gedrukt op wit papier.